16 juni 2007

Interview in 'Leven' het driemaandelijks magazine van de Vlaamse Liga tegen Kanker nr.35 juli 2007


Deze maand heb ik een interview in 'LEVEN' het driemaandelijks magazine van de Vlaamse Liga tegen Kanker.
Het artikel kan je vinden op
www.tegenkanker.be/leven.

Of op de rechtstreekse link:
http://www.tegenkanker.be/detail.asp?id=800.

04 juni 2007

You can ride my bicycle

You can ride my bicyle
Een impressie van mijn reisgezel Miel Spiessens

Compostela met de fiets: dat stond nog op zijn ttd-lijstje (things to do) voor later als hij met pensioen was. Zo nog eens een echte tour de force, een ganse maand leven op en met zijn grote liefde: de fiets. Door die vermaledijde kanker schiet daar nu met veel goeie wil nog een karikaturale versie van over.

En hier staan we dan een stukje voorbij de col van Roncevalles: klikschoentjes aan, valhelm op, wat bleekjes, wat mager maar o zo gretig... al gaat Willy allleen maar de afdalingen en de beste vlakke stukken doen.
De fiets is met zorg uitgekozen (Willy heeft er in de garage wel een paar hangen): 3 x 7 versnellingen, breed stuur met handige versnellingshandles, brede slicks op de juiste spanning want op een nat wegdek wil hij zich nu niet wagen en daarbij, in Spanje is het immers goed weer.
Van Ann moet hij eerst nog een fluo-vestje aandoen en dat blijkt achteraf erg handig te zijn voor ons om Willy te volgen. We zien dan die felle geel-groene vlek een kilometer verder en 200 meter lager op dat smalle, kronkelende lint langs de helling naar beneden glijden.

Daar gaat hij dan: de vallei ligt links, de rotsen rechts van hem. Kalmpjes aanzetten, mooi midden op de baan, wat snelheid nemen na die eerste flauwe bocht; dan verdwijnt hij rechts achter de rotsen.... Dan verschijnt hij terug op dat dunne lint, nu al heel wat lager. Hij snijdt de volgende bocht aan zonder veel af te remmen. Wat naar buiten vóór de bocht, dan naar binnen komen, weer uitlopen na de bocht: zuiver genomen in één vloeiende beweging, perfect!
Hij is nu weer achter de rotsen verdwenen. We wandelen naar de mobilhome om hem achterna te gaan. Hem inhalen? Vergeet het maar: Willy staat ons helemaal beneden voorbij het dorp op te wachten op het afgesproken kruispunt. Het heeft hem duidelijk deugd gedaan.

Tweede etappe: de afzink naar Pamplona toe langs de boorden van de rio Arga. Dat is een traject van een 15 tal km met een overwegend dalend profiel, dus dat zal wel lukken. Annemie wil mee want het is een rustigere afdaling. Samen langs smalle Santiaagse wegen fietsen door een steeds breder wordende vallei met alle tinten van groen. Maar na een paar kilometer zien ze het landschap opglooien: de weg loopt even verder weg van het riviertje om rond een rotsformatie te kronkelen. Het is geen sterke helling maar ze is lang genoeg om hun snelheid helemaal af te remmen... We staan ze op te wachten aan de kant van de weg als de helling eigenlijk al genomen is. Op zijn kleinste versnelling komt hij naar boven gekropen: het gaat traag,...erg traag. De sterke flandrien van vroeger moet toestaan dat Annemie hem naar boven duwt. Je ziet de pijnlijke verwondering in zijn ogen. Van zodra het een metertje bergop gaat, laat dat monsterlijk ding in zijn borstkas voelen dat er voor wat extra inspanning niets meer overschiet en dat voelt Willy vandaag niet voor de eerste maal maar wel duidelijker dan ooit. Daar wil hij tegen vechten,... tergend traag maalt hij die laatste meters af, komt hij boven; Annemie laat hem los en dan is hij over de top... de zwaartekracht neemt hem alweer op sleeptouw en terwijl hij voorbij de mobilhome bolt kijkt hij ons aan, zonder woorden, ... hij schakelt, duwt de trappers eens rond en laat zich naar beneden zakken voor de rest van de afdaling...

Al van bij de voorbereiding van de reis stond er bij “Alto del Poyo” een grote stip: dat was een perfect stuk voor ons. We hadden tussen de boeren en hun koeien geslapen samen met Jos en zijn ploeg (eigenlijk was er in Hospital niet genoeg plaats voor 2 grote mobilhomes) en nu lag daar een afdaling voor ons klaar van ruim 20 km met nu en dan stukken van meer dan 12%. Willy was er klaar voor: dit kon hij. Hier wou hij zich nog eens één voelen met zijn machine. Die asfalt nog een keer onder hem door zien en voelen flitsen met zijn handen in commando aan het stuur, ook daarvoor was hij naar hier gekomen.
Als een steen liet hij zich omlaag vallen. Deze keer wilden we hem van wat dichterbij volgen en we zaten al klaar in de mobilhome. Na een paar honderd meter en enkele bochtjes waar Willy zelfs niet afremde zaten we al ruim boven de 40km per uur. Laag over het stuur gebogen, bijna in ’t midden van de weg, perfect anticiperend voor elke bocht, op zijn slicks zonder een greintje twijfel de juiste hoek met het wegdek nemend sneed hij met zijn fluo vest door de vallei tegen 50km per uur. En steeds opnieuw: beetje afremmen, buitenkant kiezen, bocht aansnijden, naar binnen komen,weer naar buiten uitwaaien en op de grote molen een paar duwen bijgeven om zich weer op volle snelheid te trekken: een prachtig staaltje fietstechniek...
We reden met de mobilhome meer dan 60 op de rechte stukken maar Willy bleef zonder moeite 2 bochten vóór tot voorbij Biduedo waar er weer zo’n paar stevige rimpels in het relief zaten. We kwamen langszij en Willy vroeg of ik langzaam wou optrekken naar 40 per uur. Hij dook achter het fietsenrek, greep de reservefiets opzij vast en liet zich op sleeptouw nemen voor die 500 meter bergop. De laatste 5km van die etappe hebben we afwisselend aan afdaling en aan stayeren gedaan; Maar het mooiste fietsstukje (en voor Willy misschien wel het speciaalste moment van de hele reis) dat waren die eerste 15 km na ‘El Poyo’

10 mei 2007

Pelgrim naar Santiago de Compostella van 11 tot 25 mei




PELGRIMSTOCHT NAAR SANTIAGO DE COMPOSTELLA

‘Dromen doen’

Ik begrijp nog altijd niet waarom ik jaren weigerde uw pelgrim te zijn. Jaarlijks stond de teller op mijn fiets op meer dan 10.000 km. ‘Life is simple : sleep, eat and bike’ Het was één van mijn adagio’s. Ik had de fietsboekjes ‘ST. JACOBS FIETSROUTE’ deel 1,2 en 3 reeds jaren geleden gekregen van mijn jongste broer Stefaan. Maar er was wel altijd een reden om het uit te stellen. Ik had immers nog jaren de tijd! De tocht moest ook iets meer zijn dan een sportieve uitdaging, een mix van cultuur en religie. Op een tocht word je met je ultieme zelf geconfronteerd. En als groepsdier zou het een goede confrontatie worden met mezelf. Het fietsen zou wel lukken want als er iets was dat ik in volle eenzaamheid kan dan was dat fietsen. Het is mijn manier van onthaasten. Mijn ziek-zijn heeft mijn lange adem tot de helft herleid. Mijn rechterlong is verschrompeld tot een propje papier. Het is trappen-op-de-adem bij het nemen van een trap of een helling. De uitgestelde droom wilde ik nu zonder uitstel waarmaken. Bij gebrek aan fysieke kracht werd een alternatief uitgewerkt met de mobilhome. Droom die maar mogelijk werd dankzij het aanbod van Miel en Ann. Miel is een oud-collega van mij. Samen stonden we jaren in het onderwijs in Temse. Veertien dagen leefden we heel intens bij en met elkaar op een paar vierkante meter en trokken de wijde wereld in.




11 MEI 2007 : BREENDONK – BLOIS
‘Proloog met regen en wind’

10uur. Bert brengt ons naar Breendonk. We rijden richting Kortrijk, richting La douce France. Radionieuws : Eternitarbeiders staakten gisteren en vroegen 6% loonsopslag, want … de firma doet het op dit ogenblik goed, erg goed zelfs. Zo’n bericht klinkt verschrikkelijk wrang als je een asbestslachtoffer bent. Hebben zij zich wel eens afgevraagd hoe het met de asbestslachtoffers gaat? Natuurlijk hebben zij dit niet gewild. Maar jaren asbestcementprodukten blijven produceren terwijl met al wist dat het gevaarlijk was, heet schuldig verzuim en ik wik mijn woorden, dat staat gelijk met onvrijwillige doodslag.

Maar veertien dagen willen wij er, ondanks alles, het beste van maken. We rijden met wind en tegenwind tot Parijs. Op de ring liggen weer enkele ‘bouchons’, die ons wat langer in de ban de Ring houden.
Tijd voor Annemie en Ann om te lezen, te praten en te slapen. En waarover praten oma’s? Juist, over de kleinkinderen: Ben, Pieter, Tcha, Fleur en Frie.

We besluiten halt te houden voor de nacht. Blois ligt mooi in de heuvels langs de Loire even voorbij Orléans
’s Avonds eten we chez-bij Miel en Ann. Zij vergasten ons op een gastronomisch maal: Breendonkse asperges en sluimerwten (manges-tout en français!)
We sluiten de avond af met een partijtje ‘Kleurenwiezen’. Dan over and out, morgen moeten we nog een dag ‘kilometervreten’!


12 MEI : BLOIS – LA BENNE OCEAN (BAYONNE)
‘Ik wil terug naar de kust’

Het lijkt wel of we door ‘le plat pays’ rijden : Bordeaux – Dax. Niet te verwonderen dat we in het palmares veel Nederlanders-etappewinnaars aantreffen.

’s Avonds zoeken we een camping op langs de kust. We stranden in ‘La Benne Ocean’. Naam van de camping, je raadt het nooit : ‘La Mer’. Een typische strandcamping tussen de naaldbomen waar eekhoorntjes naar hartelust in de bomen klauteren. We wandelen naar het strand. De Atlantic Wall steekt hier nog vol bunkers. Zand erover, zou ik stellen, maar grafittici hadden een beter idee en brengen wat kleur in deze grijze bunkers die de zee ontsieren. Even pootje baden in de woeste branding. Wat de keuken betreft: vandaag is het kliekjesdag.



13 MEI : LA BENNE OCEAN (BAYONNE) – SAINT- JEAN PIED DE PORT – PAMPLONA
‘De pelgrim komt uit zijn schelp’

Voor we in Saint-Jean Pied de port zijn, rijden we dor het glooiende Frans Baskenland als voorbode op de Pyreneeën. We stoppen even in Bidache en stappen de kerk in van de ‘Notre dame du Chemin’.
Saint-Pied-de-Port Voor het eerst treffen we hier trosjes van gepakte wandelaars aan met hier en daar één eenzame fietser. Hier aan de Frans-Spaanse grens, aan de voet van de Pyreneeën vatten de meeste wandelaars hun ‘Camino’ aan. De Ibneta (1057 km) is nog heel wat kleiner dan de Col du Somport (1632 m) De eerste tochten naar Santiago begonnen in de 9de eeuw, toen nog Moors gebied. Ze deden het in dertien etappes, wat 60 km per dag betekende. Als je vandaag naar gemiddelde afstanden vraagt, liggen die tussen 25 en 35 km.
Vanaf nu geen kilometers meer vreten maar tijd maken om halt te houden op mooie plekjes. In Roncevalles neem ik voor het eerst de fiets om nog een stukje van de afdaling te genieten. Door het golvend parcours moet ik er na een paar kilometer al de brui aan geven. Zelfs bij de lichtste helling helpt een klein verzet niet meer. Het ‘verzet’ is over en eens te meer wordt je niet alleen met je beperktheden geconfronteerd maar ook met je beperkingen. Fiets terug aan de haak en doorrijden naar Pamplona. Geen stier te zien op straat. Die zijn er enkel in de week na 7 juli. Camping ‘Errota-el-Molino’ in Mendigorria ligt mooi tegen de heuvel gebouwd, wat ’s avonds een feeëriek verlichte prentkaart geeft.




14 MEI : MENDIGORRIA – LOGRONO – SANTO DOMINGO DE LA CALZADA – BURGOS
‘Stadproevertjes’

Vroeg uit de veren want we willen vandaag tot in Burgos geraken, zodat we een stukje weg inhalen op onze Steenhuffelse pelgrims. Maar alles links laten liggen wat vandaag op onze weg ligt zou zonde zijn. Zo heeft Miel de onweerstaanbare drang om op het rempedaal te duwen als we een wijnchateau passeren. We houden halt in Villamayor de Monjardin en kopen er enkele flessen Rioja. Logrono heeft een mooi stadsplein, maar we staan er voor een gesloten kathedraal. De ooievaars vonden er wel een plekje om hun nesten te bouwen.

Santo Domingo de la Calzada blijft tot de verbeelding spreken met de kip en de haan die een eeuwigdurend huurcontract hebben in de kerk. Wat was er het eerst? De kip of het ei? Het is een herinnering aan één van de beroemdste wonderen waarmee de Heilige Santiago zijn pelgrims beschermt. Volgens de legende bracht de Apostel een al gebraden kip weer tot leven om onrecht bij een mens te voorkomen.






15 MEI : BURGOS – CARION DE LOS CONDOS
‘Een duwtje in de rug’

De hele voormiddag besteden we aan een bezoek aan de stad Burgos. De kathedraal is voor drievierden een museum vol met goudwerk, waarvan de fournisseurs wel enkele kolonies zullen zijn. Verder veel groene plekjes en groenvoorzieningen in de stad. We kunnen hier nog wat van leren voor de inrichting van onze steden.
La chapelle Sepulcre! Het landschap is nu vlakker met uitgestrekte velden vol papavers. Annemie en ik nemen nu samen de fiets op een rustig smal veldbaantje waar je geen tegenligger tegenkomt. Het is heerlijk omdat gevoel van fiets nog eens samen te beleven. Ook als het lichtjes heuvelt wil ik blijven voortdoen. Annemie en iets later Miel, pakken over met duwtjes in de rug zodat ik toch nog een eindje kan fietsen. We zetten onze tocht verder op zoek naar een camping. Hoeveel sterren deze camping had was niet te zien. Maar ’s nachts, bij een wolkenloze hemel verscheen een pracht van een sterrenhemel .


16 MEI : CARRION LOS CONDOS - ASTORGA – HOSPITAL
‘De ontmoeting’

Vandaag moeten we zeker Hospital bereiken want we hebben een afspraak met Jos Rottiers die samen met zijn broer, zus en schoonbroer met de fiets de camino doet. Ook zij laten zich logistiek en materieel ondersteunen met een mobilhome. Ze rijden beurtelings met de wagen.
Onze eerste halte van de dag is Astorga. We bezoeken er het ‘Palacio de Gaudi’.
Om onze afspraak met onze Steenhuffelse vrienden te halen, nemen we tussen Sahagun en Cebreiro even de natioale wegen. We treffen ze aan op El Poyo in volle beklimming. Het dorpje Hospital is piepklein, maar nooit hadden we zoveel contact met de lokale bewoners. Iedereen komt mee aanzitten. Vreemde talen spreken wanneer je de taal niet kent, geeft altijd aanleiding tot hilariteit. Miel echter spreekt een aardig mondje Spaans zodat enige conversatie mogelijk wordt. De mobilhomes staan deze nacht gewoon langs de kant van de weg. In de ‘Alberga’ biedt men een eenvoudige maar gezellige maaltijd aan voor de 8 pellogrino’s.





17 MEI : HOSPITAL – PORTOMARIN
‘Op de fiets in de zon’

Na 5 km op de top stap ik de fiets op voor een stukje afdaling. Het is een heerlijk gevoel even terug te kunnen freewheelen en je als een steentje naar beneden te laten vallen. Nu wel wat voorzichtiger, want de zelfzekerheid en de stuurvaardig-heid is niet dezelfde als een paar maanden geleden. In die korte afdaling komen de herinneringen terug aan de vele fietstochten in de bergen. Je denkt: ‘Ze hebben me wat afgepakt en toch geniet ik van deze afdaling.’
Gezien het prachtige weer houden we het bij een bijzonder korte rit. In Portomarin vinden we een droom van een camping. Een oase van ruimte en rust. De zon brandt zo hard dat we verkoeling zoeken onder de bomen. Even later zien we, aangenaam verrast, de mobilhome van onze Steenhuffelse vrienden ( Lieve, Theo, Achiel en Jos ) de camping op rijden. Toeval bestaat. ‘s Avonds zitten we nog uren te kleurenwiezen. Praten tijdens het spel mag niet, maar Jos is een meester in de non-verbale communicatie. Miel wordt toch de grote winnaar van de avond .





18 MEI : PORTOMARIN – SANTIAGO DE COMPOSTELLA
‘De blijde intrede’


De camping ligt dicht bij het stuwmeer op de rio Miño en er hangt een dichte mist. Niet gevreesd, de zon doet die al vlug verdwijnen. Vandaag rijden we recht op ons doel af. We priemen ons langs smalle wegen door de boerendorpjes. De pelgrims komen met bosjes uit de bosjes. Geen tijd voor opwarming voor de fietsers. Als ontbijt krijgen zij de ‘Vertas de Naron’ (756 m) Tussen Melde en Touro neem ik de fiets van het rek. Reliëfkaartjes mogen dan wel een mooie schuine lijn naar beneden geven, de realiteit is anders. Ik pak me vast aan de achterkant van de mobilhome en overbrug de nu voor mij onoverkomelijke hindernissen. Een gevaarlijk spelletje, maar Miel is een volwaardig dernyman : traag optrekken en oogcontact houden. Tijdens de afdaling rij ik op eigen kracht dankzij de zwaartekracht. Als een eind verder het wegdek te slecht wordt, stoppen we met risico’s te nemen en ik stap terug de wagen in.
We rijden Santiago binnen. Auto aan de kant en we beginnen onze ontdekkings-tocht in de kathedraal. Ik brand een kaarsje voor mezelf en voor mijn lotgenoten Jos en Walter. We schuiven aan in de rij en leg mijn handen op de schouders van Sint-Jacob met de vraag deze last te helpen dragen. En diep in je binnenste hoop je op het wonder van genezing.

’s Avonds wil ik het thuisfront informeren en ga ik op zoek naar een cybercafé. Het blijkt meer dan een half uur lopen (bergaf) naar ‘de nieuwe stad’. Terug naar boven klauteren aan de arm van Miel. Een half uurtje internetten staat gelijk met een inspanning van een half uur. Maar ik doe graag deze inspanning voor mijn geliefden.


19 MEI : SANTIAGO – FINISTERRE
‘Het keerpunt’

We blijven nog de hele voormiddag in Santiago, dan zakken we af naar Finisterre.
We rijden door een landschap van eucalyptus- en pijnbossen. Langs de wegen treffen we de traditionele graanschuren of ‘horreo’s’ aan. De Gallicische kust is wild en woest. We rijden tot de vuurtoren, het mooiste plekje van Finisterre. Hier eindigt en begint de wereld. Verscholen achter de rotsen genieten we van zon en zee.
We lopen het vissershaventje rond en zoeken een plek voor de nacht met zeezicht. De temperatuur is echter zo gezakt dat we de avond binnen moeten doorbrengen.




20 MEI : FINISTERRE – LA CORUNA – O’BARQUEIRO (COSTA VERDE)
‘Een grijze zondag’

Ons doel voor de terugweg: zoveel mogelijk de Spaanse kustlijn volgen. Geen vlakke kust, maar eentje met voortdurend klimmen en dalen, het zeezicht verliezen en het dan weer in volle schoonheid terugvinden ondanks de grijze lucht.
Op de middag doen we een kleine stadswandeling in A Coruna. Bezienswaardigheden : de Herculestoren, ’s werelds oudste nog in gebruik zijnde vuurtoren en de miradores (beglaasde balkons). De stad doet ook denken aan voetbalgrootheden. ’s Avonds besluiten we halt te houden en vrij te kamperen in een vissershaventje. Een decor om op doek vast te leggen. Met de regen en de lage temperatuur lijkt het op een vissersdorpje in het hoge noorden.


21 MEI : O’BARQUEIRO - PEROLA (GIJON)
‘Een natte maandag’

Spaanse bakkers hebben geen haast. Net voor we vertrekken om 10 uur komt hij toch nog op het pleintje gereden...We volgen de kustlijn met de rias altas: de diepe estuaria van de noordelijke rivieren.


22 MEI : PEROLA –RIBASELLA – COBRECES
‘ Daar is de lente, daar is de zon’

Op onze picknickplaats in Ribasella storen we onbewust een vrijend koppeltje dat vlijtig aan het oefenen is voor hun vrijbewijs. We willen niet storen en parkeren een eindje verderop. In de namiddag brengt onze toeristische informatie ons naar ‘Santillana del Mar’, een pittoresk stadje dat in zijn naam drie leugens draag: geen heilige, niet plat en niet aan de zee. We rijden even verder weg de weg naar beneden in de hoop daar een stukje strand te vinden. Cobreces lijkt een goede gok. We twijfelen geen seconde. Nog nooit was het strand zo vlakbij. Vlug op zoek naar eten, met wat we vinden in het buurtwinkeltje maken we een tortilla. Even strandjutten: op zoek naar een mooie steen vind ik er een roze voor Roos.
We maken samen een kleine strandwandeling, maar we houden het vlak.


23 MEI: COBRECES – SANTANDER – ZARAUTZ (SAN SEBASTIAN)
‘De préhistorie’

We starten onze dag met een bezoek aan ‘Altamira’. Het Lascaux van Spanje met een iets meer professionele aanpak. Deze grotten bevatten prehistorische kunst die tot de mooiste van de wereld behoort. De echte grotten zijn voor de bezoeker niet toegankelijk, wel kopieën die in een pracht van een museum zijn ondergebracht.
Heel wat scholen doen dit museum aan. De wereld is niet anders dan bij ons. Vlijtige meisjes vullen hun lijstjes met opdrachten nauwgezet in, terwijl de jongens het na 15 minuten al voor bekeken houden.
We vreten in de namiddag enkele kilometers richting Spaans-Franse kust. Het is een door wielertoeristen druk bereden weg die me doet denken aan het eindstuk van Milaan-San-Remo. Een jaar geleden bezat ik nog de fysieke kracht om deze stukjes op en af te rijden. Vandaag kijk ik met weemoed toe en vloek binnens-monds voor alles wat me zo maar werd afgepakt.
We maken het ondanks alles gezellig op de camping met een barbecue. Ik luister naar de vogeltjes bij een licht ondergaande zon.


24 MEI: ZARAUTZ - BORDEAUX
‘Ik zie een schaduw: de zon schijnt’

We verlaten nu definitief Spanje. De Franse zon doet het schitterend ter compensatie van de voor morgen aangekondigde onweders.
Autokilometers kunnen saai zijn vooral op de terugweg. Het verlangen van de reis wordt kilometer per kilometer omgebogen in heimwee. Met de kracht van het hier en het nu maken we er toch nog een mooie avond van.
Bezoek en degustatie in een echt kasteel ‘Mille Secousses’. Ze bieden de kasteel-omgeving aan om onze mobilhome voor een nachtje te parkeren. Miel heeft verse sardientjes gekocht. We maken er een mooie barbecueavond van onder de platanen. Gezien we vlakbij de Dordogne liggen komen met het ondergaan van de zon de muggen met ‘beetjes’ aanvallen. Ann oogst het meest succes.


25 MEI : BORDEAUX – PARIJS – GREPY DE VALAIS
‘Orages van zuid tot noord’

We rijden nog even langs Saint André, Bourg en Blaye: mooie dorpjes van de Bordeaux-wijnstreek aan de oevers van de Dordogne. We voorzien ons van het nodige proviand: lamslapjes met champignons. Een vuurwerk van bliksemschichten kondigt na de middag een onweer aan. Snelheid aanpassen en verscherpte aandacht bij het passeren van vrachtwagens. We hebben geluk om bij een droog moment toch nog buiten te kunnen picknicken. Enkel de tafel en banken droogwrijven en we zitten goed. Om goed te kunnen zitten heb ik voortaan een kussentje nodig. Ik ben zo vermagerd dat een houten bank of stoel hard aanvoelt.
De onweders nemen nog in hevigheid toe. Stoppen heeft weinig zin, maar we maken toch een rustpunt van ons laatste avondmaal dat we noodgedwongen in de mobilhome klaarmaken. We besluiten op dit avonduur de Parijse ring te trotseren. Parijs passeren is met alle nattigheid een obstakel dat extra tijd vraagt. We rijden nog zo’n 70 km voorbij Parijs om een parkeerplaats voor de laatste nacht te vinden.
In Crepy de Valois.


26 MEI:
‘Rugzakken leegmaken’

1.000 kilometer zingen, zo begon een reis en zo eindigde ze vroeger altijd zo we met de auto op stap waren. De hele kleinkunst collectie passeerde de revue. Geen verveling of zenuwachtigheid, het zingen ging altijd maar door, zelfs een file hield mij niet tegen. Die adem is er niet meer en ook de vreugde van het zingen is ver weg. Soms piept er nog een stemmetje dat heel zachtjes probeert mee te neuriën.
Einde van de reis, einde van de pelgrimstocht. Laat de kilometers nog even duren. Laat er maar een file komen zodat we nog uren bij elkaar mogen zitten.
Afrit, over en out. We staan weer thuis. Met dankbare herinnering nemen we afscheid van Miel en Ann. En terwijl we alles uitpakken voel ik mijn kleine rugzakje terug een stukje zwaarder worden. Er is de realiteit van de eigen ‘camino’ die ik nu moet voeren. De kinderen komen langs en maken de overgang iets draaglijker. Onder het afdak in de tuin vertellen we onze verhalen. Bert heeft de kachel aangestoken zodat het ondanks de regen aangenaam buiten zitten is.
Bedankt Miel, bedankt Ann voor deze mooie reis en het stuk samen op weg gaan en zijn.


Willy Vanderstappen

09 mei 2007

8 mei 2007 - 59 ste verjaardag "Worstelen en Vieren"



"Worstelen en vieren"

Gisteren mijn 59°verjaardag gevierd.
Het begon zoals vroeger: Moeksken wenst me bij het wakker worden een gelukkige verjaardag. Mijn weemoed spiegelt in haar ogen. Karolien doet het ritueel over aan de ontbijttafel met een lichte glimlach. Het scherpe hoge kinderstemmetje van Fleur kondigt de aankomst van Eef en Frie aan, want dinsdag is het "Frietjes"-dag. Annemie past die dag op Frie en dat maakt haar ondanks alles blij. De kracht van het hier en nu. Fleur en Frie zijn de twee dochters van onze oudste dochter Eef. Als grootouders hebben we twee bijzondere namen van haar gekregen: "Mamia en Papia" Een uitvinding van Fleur die voor altijd zo zal blijven. "Papia we hebben een cadeautje voor u, maar de ogen van Eef leggen het mondje van Fleur nog net op tijd het zwijgen op. Het moet nog een verrassing bljven tot deze avond als de andere kinderen ook thuis zijn.

Het is vandaag een drukke dag, en daar ben ik blij om. Thuis loop ik soms tegen de muren aan.
Commissie Regionaal beleid, fractie en provincieraad in Leuven.
Vooraf heb ik nog een afspraak met mijn vriend Jef Van Hoye uit Bierbeek. Hij noemt mij zijn broeder. Hij is een helend man in mijn ziekteproces die stelt: de moed niet op te geven.
In een cafeetje aan het station hebben we nog een warme babbel. Hij geeft me een boekje mee: "Keerpunt" met als ondertitel: "Een levenscrisis als positieve uitdaging".

De agenda van de vergadering sla ik even over. Rellen op 1 mei met Brusslse jongeren in het provinciaal domein te Huizingen vragen wel de hoofdaandacht. Het warme weer maakt dat heethoofden amok zaaien, bewoners en bezoekers lastig vallen en een spoor van vernieling achter laten. Het is een maatschappelijk probleem dat op vele plaatsen de kop op steekt en waarvoor geen sleuteloplossing bestaat. Een breed maatschappelijke aanpak is hier noodzakelijk. Een mix van preventie en harde aanpak.

Saartje, mijn tweede dochter, speelt toevallig toneel voor kleuters in Leuven. We hadden vooraf afgesproken samen de trein naar Kapelle-op-den-Bos te nemen.
Zij roept vanuit het venster "Gelukkige verjaardag" Op het tafeltje staan twee kleine taartjes met elk een kaarsje op een papieren servetje. Ik kan mijn tranen niet bedwingen en laat ze in een vol coupé de vrije loop. Met een wegwerpcameraatje legt ze alles vast voor de eeuwigheid. Saar vraagt aan een passagier om ook nog een foto van ons samen te nemen.
Ik neem haar in mijn armen en probeer een glimlach op de mond te toveren. De non verbale communicatie maakt voor de passagiers duidelijk wat hier aan de gang is.

Thuisgekomen komen de eerste gasten: onze medebewoners van de Veldstraat 166.
Telefoontjes van Marjon, mijn jongste broer die in Nederland woont enz.

Om 20.00 uur is er de invasie van de Vanderstappens. Het huis loopt vol met mijn broers en zussen die me enorm ondersteunen. Roos en René voegen zich er bij want het is ook kaartavond, dat nu uitgegroeid is tot een heilig ritueel. Kleurenwiezen en elkaar opjutten. De Vanderstappens zijn een luidruchtige en warme familie. De trappisten hebben deze avond aan het gezelschap weer een goede avond gehad. We zappen even naar het voetbal: Brugge wint van Gent. De kaarten zijn geschud en de punten geteld.

Om 23.00 uur keert iedereen naar huis. Ondanks het omringd-zijn blijf ik verweesd achter.
"Gelukkige verjaardag"

26 februari 2007

Gedeelde verantwoordelijk - gedeeldelijke aansprakelijkheid

Hieronder een tekst van Johan Malcorps, verantwoordelijke voor de politieke cel van GROEN!
Van 1999 tot 2004 heb ik met Johan perfect kunnen samenwerken. Zo lag hij mee aan de basis toen de groenen in de Vlaamse regering de minister van Leefmilieu hadden om het licht op groen te zetten voor de saneringen van de vervuilde terrreinen met asbestdraailingen. Gezien we in 2003 niet meer in het fedeale parlement vertegenwoordigd waren bleef hij het dossier ivm oprichting asbestfonds volgen in samenwerking met de parlementairen van Ecolo.

Graag wil ik dan ook plaats maken voor de principiële stellingname wat ethisch moet gebeuren voor de asbestslachtoffers en hun nabestaanden.


Hierbij een principiële stellingname op basis van de acties die ik al enkel jaren voer rond asbestslachtoffers. Werknemers die ziek zijn geworden door hun beroepsactiviteiten en dus mede door toedoen van de werkgever, hebben recht op een vergoeding voor het loon dat ze moeten derven omwille van hun ziekte (of arbeidsongeschiktheid in het geval van een ongeval). Het lijkt me niet meer dan rechtvaardig dat deze vergoeding overeen stemt met het loon dat ze effectief moeten missen. Want het is niet hun schuld dat ze niet meer kunnen werken en ze dit loon dus niet meer kunnen trekken. Het feit dat de schadeloosstelling niet overeenstemt met het loon dat men moet missen, is dus inderdaad niet eerlijk. Temeer daar in de Belgische wetgeving het principe van immuniteit is ingebouwd : als de werknemer de schadeloosstelling aanvaardt, kan hij de werkgever niet verder aansprakelijk stellen, ook als de werkgever in de feiten in gebreke gebleven is en mee schuld heeft aan de beroepsziekte. De werknemer kan dus niet voor de rechter verdere vergoedingen afdwingen. Los van de vraag naar een rechtmatige vergoeding van het gederfde arbeidsinkomen, is er ook nog de vraag naar een morele schadeloosstelling door de werkgever, maar ook door de overheid in het geval van beroepsziekten waar werkgevers én overheid door nalatigheid objectief mee verantwoordlijkheid dragen. In het geval van asbest is dit duidelijk : men wist al jaren dat asbest bijzonder schadelijk was vor de gezondheid, maar toch heeft men mensen verder blootgesteld aan asbest, toch heeft men de wetgeving niet tijdig verstrengd. Los van de vraag naar de vergoeding van gederfd loon, staat de vraag naar een soort van smartegeld, een morele vergoeding voor het feit dat mensen hun leven verwoest werd, dat de gezondheid geknakt is of dat men veel te vroeg overlijdt en zoveel geliefden voortijdig moet achterlaten. Om die reden pleitte Groen! altijd voor een paart Asbestfonds om ook deze morele vergoeding uit te betalen. Samen met de Vereniging voor Asbestslachtoffers hebben we overigens zware kritiek op de wijze waarop de regering Verhofstadt dit Asbestfonds nu invulde ( www.groen.be/pers - persconferentie 5 december 2006). Ik meen dan ook dat de ABVV-acties volledig gerechtvaardigd zijn.

Johan Malcorps politieke cel Groen!

21 februari 2007

Naar Watou 16-17-18 februari 2007

Watou in de winter. Het leven is er stil, in tegenstelling met de gezellige drukte die de poëziezomer in Watou telkens weer in petto heeft. Het was jaren een traditie om er samen met vrienden een daguitstap van te maken. Woord en beeld werden in elkaar verstrengeld en geënt op een bepaalde locatie.
Voor de editie van 1998 werd de medewerking van het S.MA.K. gevraagd. Niet dat alles te 'SMAKen' viel, want bij bepaalde installaties werd er, naar mijn mening, met 'de Hoed van Jan ' naar gegooid. Maar één man is me toen bijzonder bijgebleven: Anton Korteweg.

Anton Korteweg, een Nederlandse dichter,verleidde mij onmiddellijk zijn poëziebundel te kopen. Het leek wel of ik zelf aan het woord was toen ik op de flap las: "Ik ben een gelukkig man: ik heb één vrouw en twee fietsen". Ik voegde er voor mezelf nog aan toe: ....en vier kinderen"

In een oude kippenstal stond een kunstwerk, 'Duikelaar' genoemd, dat alle momenten kon vallen, maar een mekaniekje bracht het steeds in evenwicht. Bovendien herhaalde een bandje voortdurend het bijzonder korte gedicht (een Korteweg dus) zodat je na een kwartier verblijf in de stal het gedicht van buiten kende.

DUIKELAAR

Al lijk ik er wat wankel bij te staan,
vergis je niet: ik heb een fundament
diep in mezelf. Ik richt me altijd op.
Ik ben door niets, door niemand neer te slaan

Anton Korteweg
uit "In handen"
Amsterdam, Meulenhof 1997


Ik heb het gedicht dikwijls geciteerd, vooral als ik onderweg was als animator ter ondersteuning van groepswerkingen van Groen! (lees toen nog Agalev) in Vlaams-Brabant. Ik bezocht er het hele scala van groepen, die met een waakvlamprogramma tot deze met een steekvlamprogramma. Het gedicht werkte echt om medewerkers te enthousiasmeren.

Het nu bij mezelf toepassen, na mijn verdict asbestkanker te hebben, is niet zo vanzelfsprekend. Het leven is nu overleven geworden, en toch probeer ik dit gedicht dagelijks op te zeggen teneinde er kracht in te vinden. Het is mijn adagio geworden om de dag mee te beginnen. Maar de duikelaar wankelt en probeert overeind te kruipen met de hulp van vrouw, kinderen en kleinkinderen. Kleinkinderen van vier jaar en acht maanden, voor wie er niets is veranderd gezien zij de kracht hebben in het hier en u te leven.
Ik vraag me af hoe mijn lotgenoten Jos Boschmans en Walter Huysmans waar ik soms contact mee heb het dagelijks overleven.
Een hele proloog ter inleiding op ons familieweekend in Watou!

Saartje had het initiatief genomen om met zijn allen samen te zijn. Wij, dat zijn onze vier kinderen: Eef & Rudy met hun twee kinderen: Fleur en Frie, Sara en haar vriendin Marjon, Bert, onze zoon, en Karolien, de jongste van ons klavertje vier.
Met tien aan tafel in een gezellig huisje aan de 'schreve' in Abeele, net voorbij Watou.
www.denbogaarde.be


De eerste avond dat is lekkere pompoensoep uit onze tuin en huisgemaakte spaghetti eten en gezellig rond de houtkachel zitten en het vuur zien branden. Saartje heeft een boek voor mij gekocht: "De omweg naar Santiago" van Cees Nooteboom. Ieder van de kinderen weet dat Santiago de Compostela een steeds uitgestelde droom is geweest om dit traject fietsend af te leggen. Alleen God weet waarom ik steeds uitstelde zijn pelgrim te zijn.
We hebben bij leven en welzijn een alternatief uitgewerkt voor de maand mei. Meer details volgen later nog.

Voor zaterdag kiezen we voor een wandeling langs de Kemmelberg. Een puist van 156 m, midden het parcours van Gent-Wevelgem, waar renners terecht vloeken als de kasseien er spekglad bij liggen.
Vandaag straalt de zon alsof het reeds lente is. Voor het eerst voel ik pijn in mijn zij. We beslissen om met de auto naar boven te rijden en de wandeling te beperken tot een afdaling. In het dorp spannen we af in een café "Het labyrint". dat vol staat met volksspelen, Mariabeelden huishoudapparaten en oude fietsplaten. Fietsplaten? Dat vraagt en woordje uitleg. Om te mogen fietsen moest je vroeger nog een taks betalen. De tijden zijn wel grondig veranderd, nu men je zelfs wil betalen om toch maar de fiets te nemen (en het hoeft niet altijd tot Kyoto te zijn!) Buiten proberen we nog even het doolhof, maar het is een echt labyrint, want niemand van ons kan de boom in het midden aantikken.
www.hetlabyrint.be


We maken, voor de rest van dag, nog een rondrit door de dorpen van het Heuvelland.
Even de grens over voor de Zwarte berg, waar het zwart van het volk is voor het pannenkoeken- en wafeltoerisme.

Met weemoed denk ik terug aan twee jaar terug, toen ik samen met mijn zoon Bert en nog enkele fietsvrienden, van thuis vertrokken naar Westouter. Boven op de heuvels wachten ik en mijn zoon op de achterblijvers om samen onze tocht verder te zetten. Ook nu rijden wielertoeristen en wielerterroristen de heuvels op en af in outfitjes die lijken op die van Zulte-Waregem.

Zondag maken we de keuze Ieper te bezoeken, want ook wij hebben nog enkele suggesties voor een beter bestuur voor Yves Leterme. Maar geen Leterme te zien in deze kattestad. In avondnieuws kom ik te weten dat Yves op dat moment op de tribunes zat in Aalst voor het carnaval. Een confettifeest dat me nooit veel gezegd heeft. Maar goed ieder diertje zijn pleziertje.
We beslissen het "In Flanders fields-museum" te bezoeken. Een oorlogsmuseum met een vredesboodschap. Je voelt er de gruwel, de ellende, de angst en de hoop van de grote oorlog die op een paar meters werd uitgevochten. We lopen nog even langs de Menenpoort. Het is voor mij altijd een obligaat nummer en mijn last post om een bezoek aan Ieper mee af te sluiten. Duizenden namen van jonge mensen staan gebeiteld in de stenen opdat we ze nooit zouden vergeten. Verrassend de vele namen uit alle landen van de Britse kolonies die gevochten hebben voor de vrede en ons 'Gemenebest'.

We nemen afscheid van elkaar. Waar dit vroeger de doodsgewone zaak was wil je nu minutenlang knuffelen en niet loslaten . Ik bedwing mijn tranen voor mijn geliefden in Flanders Fields ...

05 februari 2007

“Roserné” te Orchimont of “La chaleur de vivre”




DAG 1 - 31 januari 2007



We hadden het al begin december afgesproken. We moesten en zouden samen naar de Ardennen gaan in het huisje van Roos en René. Een huis dat Roos en René 12 jaar geleden bouwden in Orchimont, een deelgemeente van Vresse sur Semois. Het kreeg dan ook als doopnaam “Roserné “ Het huis, dat hoog op een bijna onberijdbare helling staat, heeft een prachtig uitzicht op de vallei en het oude dorpje. Een huis van gastvrijheid met als bedoeling te genieten van de schoonheid van de natuur en die vreugde te delen met hun kinderen, familie, vrienden en kennissen voor een vriendenprijsje. Geen boekingskantoor om er maximaal financieel rendement uit te halen. In het huis ligt dan ook een dagboek waar Roos en René bijzonder veel aandacht aan schenken. Ze zijn al aan een derde gastenboek bezig, waarin “de Rosernisten” hun ervaringen delen.

De mannen vertrekken woensdagmorgen op voorwacht zodat we onze echtgenotes in een warm huis kunnen onthalen. Het doel heiligt de middelen. We maken van onze heenreis een toeristische rondrit en verlaten al vlug de autosnelweg. Eerste halte is Dinant. In een ver verleden één van de obligate schoolreizen in onze kindertijd. “All you need is lef” en we nemen eendrachtig allemaal een blonde lef van het vat.
Via Beauraing, een bekende bedevaartplaats gaat het richting Gedinnne, Biévre naar Bellefontaine.










Deze naam hoeft geen uitleg. René vult aan de bron enkele bidons van dit heerlijk mineraalarm water. Thuis drinken we niets anders, stelt René. Het is wijn of water. In het leven komt er het inderdaad op aan de juiste keuzes te maken: het is water of wijn, ook al stelt iedereen dat je af en toe wat water bij de wijn moet doen.

We komen aan in het huis en brengen alles in gereedheid. Kachel aansteken, want de temperatuur is er slechts 5° C. In de namiddag doen we nog enkele “Point de vues' aan van de meanderende Semois. Herbergen inbegrepen.

Thuisgekomen is de temperatuur al flink opgelopen tot een warme 25° C. Frans zorgt ondertussen voor een heerlijke spaghettimaaltijd. We willen ons nog vergasten op een aperitiefje, maar de dames komen vroeger dan verwacht aan. Ondanks het vertrekuur van 17.00 uur hebben ze nauwelijks fileleed geleden.
In groep eten en op verplaatsing maakt het altijd een stukje heerlijker. Even de dag van morgen plannen! Als de stafkaarten zijn opgeborgen, leggen we de kaarten op tafel voor een partijtje kleurenwiezen. In naam van de Roos moeten de drie mannen het afleggen. Gelukkig is er morgen nog een dag voor de revanche. Hilde en Annemie zijn boekenwurmen en laten het getier en gevloek aan hun voorbij gaan.

DAG 2 – 1 februari 2007

De nevel trekt langzaam op. René is een ochtendmens en dekt de tafel.
Wij hebben weer eens het geluk gewoon aan te schuiven. Merkwaardig is dat na een tweede zit iedereen zijn of haar vaste plaats aan tafel heeft gevonden.Voor de rest van ons verblijf zal die als een ongeschreven wet blijven gelden.

Vandaag maken we een grote wandeling langs de Semois. De tocht gaat van Membre naar Laforet om terug te keren langs de andere kant van de Semois. Een steile helling pakt voor het eerst in mijn leven op mijn adem. Ik die bekend stond als de man van de lange adem, zowel letterlijk als figuurlijk, moet nu naar adem snakken bij de minste helling. Met Zwiterse stapjes en aangepast tempo geraak ik boven. Eens vlak is er geen enkel probleem om de tred van het gezelschap te volgen. Langs de oevers staan nog de stalletjes waar eens de Tabak de Semois gedroogd werd. Dit archeologisch erfgoed doet nu dienst als houtdroogplaats. In mijn hoofd denk ik terug aan de bivakken met de chiro langs de oevers van de Semois. Een vogelvluchttocht naar Bouillon waar we drie keer door het water van de Semois worstelden. Themadagen met ridders van de ronde tafel onder de leuze: “Noblesse Oblige”.

Ondanks de weemoed voel ik me bijzonder goed. Ik word op sleeptouw genomen door mijn vrienden. In de vooravond rijden we nog langs bij Willy in Nafraiture. Een Vlaming die 30 jaar geleden Vlaanderen verliet voor wat het was om in alle rust en zelfstandig zijn ding te doen. La Chiquetterie is een kruidenwinkel met originele artisanale bereidingen geoogst in hun eigen wilde tuin. Het is eveneens een taverne waar men in een gezellig kader een glas kan drinken en een lekker hapje kan eten. Meer weten
http://www.lachiquetterie.be/

Willy komt een uurtje bij ons zitten. René had hem op de hoogte gebracht van mijn ziekte. Bekommerd komt hij naast me zitten. Hij zweert bij Macrobiotiek als uitweg. We luisteren geboeid naar zijn verhalen. Je krijgt adviezen langs alle kanten, die je heen en weer slingeren. Toch wil je de hoop op genezing altijd open houden.

In deze periode zijn er weinig of geen restaurants open. We laten ons dan maar afzakken in een kitscherig restaurant van hardwerkende Oost-Vlamingen. Het verbaasd me hoeveel Vlamingen en vooral West-Vlamingen hier in deze streek in de horeca actief zijn. De bediening en het eten zijn er lekker. Vanavond finale van De Slimste Mens en dit willlen we zeker niet missen. Gezien er geen TV is bij Roserné kijken we naar de finale in het restaurant. Marc Reynnebeau moet het, ondanks alles, afleggen tegen Steven Van Herrewegen. Het bewijst dat het ook maar een spel is, dat moet gespeeld worden om de winnaar te kennen. Annemie heeft juist gegokt en krijgt de volledige inzet.
Wij sluiten de avond met kleurenwiezen en jawel hoor , ook hier moet het spel gespeeld worden en is het weer eens Roos die de mannen van tafel speelt.


DAG 3 – 2 februari 2007

Vandaag Lichtmis: “Er is geen vrouwke zo arm of ze maakt haar panneken warm”
Maar vandaag is de plaatselijke warme bakker open. Vers brood en croissants liggen op ons te wachten. Als afsluiter maken we nog een wandeling in Orchimont door de bossen. Bisons vervangen de koeien in de hoog gelegen weiden.
Concrete afspraken voor de opruim en de terugreis. “Partir c’est mourir un peu».
Ik dank Roos, René, mijn zus Hilde en Frans voor deze hartverwarmende dagen.
In mijn hoofd hebben 'Les Monts' het drie dagen gehaald op 'Les vallées'.
Goede afspraken maken goede vrienden en we spreken af de komende woensdagavond te kleurenwiezen bij me thuis.
We nemen een iets andere terugweg langs de vallei van de Lesse via Daverdisse, om in schoonheid het landschap te verlaten alvorens langs de autostrade huiswaarts te keren.

Thuisgekomen vangt onze zoon Bert ons op. Het verheugt hem bijzonder dat wij even het schoolreisgevoel hebben mogen meemaken. Niet wij, maar de bergen hebben ons 'verzet'. Bij Eef en Rudi heeft de griep toegeslagen. Fleurtje is al aan de beterhand en Frie doet als kleinste altijd mee. We blijven uit veiligheid even uit de buurt. Karolien heeft haar eerste werkdag erop zitten in Antwerpen en moet al direct weg voor haar aggregaatcursus in Gent.
Het weekend belooft zonnig te worden en Saartje komt langs.